Heilig zij de vrouw

Heilig zij de vrouw

13/04/2016 - 10:21

’Femme est? Sacré!’ Het is de kreet van de Nzangovrouwen. Elke zondagochtend spelen ze in één van de wijken van Butembo een vriendschappelijke wedstrijd. Het is een fijne manier om de dag te beginnen. Ze lachen, springen, zingen uitbundig en met een zwaai van hun been schakelen ze één voor één de tegenstander uit. Ik hoor hen al vanuit de verte. Ze krijgen me in de gaten en beginnen spontaan luider te zingen. In hun gezang herken ik plots ’maman Elien’, of iets wat er op lijkt. Als een mens daar niet vrolijk van wordt!

Heilig zij de vrouw

Het doet deugd om te zien dat de bekende gezichten er nog steeds zijn. Bovendien is de groep aangegroeid. Vandaag speelt de groep van het centrum van Butembo, tegen de wijk Katwa. In werkelijkheid hebben ze de groepen gewoon gemengd en in twee teams verdeeld. ’Dat is fijner’, zegt Desanges, ’zo wint iedereen altijd’. Ze willen zich vooral amuseren. En door de locatie te laten variëren, geven ze de sport wat meer zichtbaarheid, in de hoop meer vrouwen te kunnen werven. Ik ben aanvankelijk gewoon een toeschouwer. Maar wanneer ze merken dat ik wat sta mee te wiegen, duwen ze me op het veld. Ik probeer nog te zeggen dat ik het wat verleerd ben, maar dat maakt hen weinig uit. Ahja, Nzango Moderne, mogelijk de meest vrolijke sport op aarde, is er zoals gezegd vooral om zich te amuseren. En dat doe ik ook!

Na de wedstrijd wordt er samen gezongen en klapt iedereen elkaar de handen al roepend ’Femme est? Sacré!’ ofte ’Heilig zij de vrouw!’. Iedereen wordt plots tot stilte aangemaand. Desanges neemt het woord. Ze heeft zowaar een speech voorbereid. Ze bedankt me voor de jarenlange vriendschap en gooit er veel te mooie woorden bij. Twee lokale journalisten houden micro onder haar neus en nemen foto’s van mij. Ik weet me even geen houding te geven. ’We willen je daarom een geschenk overhandigen in naam van de hele groep.’, besluit Desanges. Ik vind het altijd moeilijk als mensen, die zelf moeilijk de eindjes aan elkaar weten te knopen, mij een geschenk geven. De vorige dag kreeg ik van Dénise nog een zak aardappelen cadeau. Ze gaf me een limonade die ze speciaal gekocht had. Ik moest die helemaal alleen opdrinken. Want er was geen geld om voor haar eigen familie wat frisdrank te schenken. Desanges overhandigt me een pakje. Ik maak de verpakking los en zie de verpakking van een spiegel van een brommer. Even denk ik, ’Wat moet ik met zo’n spiegel doen?’, maar besef gelukkig op tijd dat dit nog deel van de verpakking is. In het doosje zit een ebbenhouten beeldje van drie olifanten die in elkaar’s achterwerk bijten. Ik lach en zeg ‚’Ah, ils mangent le vodo, de kont?’. Ze kunnen er om lachen. ’Dit beeldje is voor ons het teken van vriendschap.’, verklaart Desanges. Ik beloof het een ereplaats te geven bij mij thuis. En ik meen het ook.
Ik wil nog iedereen iets te drinken aanbieden, want in België vieren we vriendschap met een tournée générale. Ze juichen uitbundig. We klimmen per drie op een brommer en vertrekken richting het centrum. Het is de beste rit die ik in Butembo ooit mocht maken. De meisjes gooien hun armen in de lucht en roepen door de straten ’We hebben gewonnen!’. Ze zingen, roepen en lachen en de chauffeurs toeteren zonder ophouden naar de voorbijgangers, terwijl ze de brommer op en af de hellingen sturen. Het lijkt wel of we net de wereldbeker wonnen. We klinken bij aankomst op onze ingebeelde titel en de eerste slok is nog niet binnen of de muziek wordt op volume 10 gedraaid en iedereen vliegt op de dansvloer. Deze vrouwen hebben pit! Konden maar meer vrouwen zo’n fijne zondagochtend beleven!

In de namiddag speelt in dezelfde wijk, Katwa, de lokale meisjesploeg tegen de voetbalploeg van Beni. Ik heb beloofd ook deze wedstrijd bij te wonen. Ik heb al veel slechte terreinen gezien, maar dit terrein overtreft alles. Tussen de huizen, naast de geitenmarkt is een open ruimte. Met wat zaagsel werden de lijnen van het veld, nogal onregelmatig afgetekend. Het veld gaat schuin naar beneden, ligt er modderig bij en bovendien moeten er constant mensen en beesten van het veld worden gejaagd. Maar overal staan mensen te kijken naar de wedstrijd. Kinderen zijn op de daken geklommen en moedigen de thuisploeg aan. Wanneer de wedstrijd bijna halfweg is, respecteren de auto’s en brommers de lijnen van het veld ook niet meer. Een geit staat naast het doel, een auto en een brommer rijden over het veld, maar het kan de speelsters weinig deren. ’Zolang ze maar kunnen voetballen’, relativeert Jocelyne. Ik kan op de één of andere manier deze bizarre omstandigheden ook wel waarderen. Als het doelpunt valt, barst de vreugde los en springen de kinderen op de daken mee. Hooligans zijn er in elk geval nergens te bespeuren. Uiteindelijk wint de thuisploeg de wedstrijd en kan er weer samen met de meisjes gedanst worden. Heilig zij de vrouw, op deze vrolijke zondag, dat is zeker!

Mijn laatste twee dagen in Butembo probeer ik nog zoveel mogelijk met de meisjes van Maison Ngulo door te brengen. Mijn mand is bijna af en de voorraad voor België is flink aangegroeid. Mijn bezoek was dan misschien wat kort, het was de reis zeker waard. Morgen is het tijd om Goma beter te leren kennen. Ik verlaat de heuvels en daal af naar de uitgestrekte stad, in de schaduw van de vulkaan Nyiragongo.

Meer weten over Mama Kivu?

Contacteer ons