Een huis voor vrouwen zonder thuis

Een huis voor vrouwen zonder thuis

13/04/2016 - 10:17

Dokter Gertrude, maman Elise en maman Marie terug zien; voor die reden alleen al zou je het vliegtuig opstappen. Ik weet dat Gertrude pas van haar tweede kind bevallen is, en veronderstel dat ze nog niet aan het werk zal zijn. Maar ik heb nog maar twee stappen binnen gezet of Gertrude komt met open armen op me afgelopen. Het is meer dan een warme omhelzing.

Een huis voor vrouwen zonder thuis

Ik zeg haar dat ik verast ben dat ze alweer aan het werk is. Was ze niet net bevallen? ’Nee, Jessica is al twee maanden oud. Wacht!’. Ze loopt de poort uit en roept luid iets naar twee meisjes in de verte. De meisjes zijn tussen 8 en 10 jaar oud en hebben elk een kind op de rug gebonden. ’Dit is Jessica, mijn jongste’, wijst ze. Ze steekt het kleine meisje in mijn handen. Ze lijkt op Gertrude. ’En dit is Jordan. Hij is anderhalf.’ Het jongetje zit op de rug van het andere meisje gebonden en kijkt me rustig aan. De meisjes lopen tijdens de diensten van Gertrude in de buurt rond en zorgen voor de kinderen. Wanneer ze honger hebben zoeken ze Gertrude en voedt ze hen. ’Tijdens de nachtdiensten slapen ze bij mij in bed, hier in het kamertje van het personeel.’, zegt ze vrolijk. Het is natuurlijk niet te verbazen dat Gertrude zo snel weer aan het werk is. Ze is ook niet de enige die een jonge oppas meebrengt naar het werk. ’Ik dacht dat je maar één kind wou?’, vraag ik wat plagend. ’Het zijn er twee geworden. Maar nu stop ik.’, lacht ze.

Gertrude leidt me rond en toont me alle veranderingen. ’Kijk! De Duitsers van WHH hebben ons een echte elektrogroep en enkele zonnepanelen geschonken. Nu hebben we dag en nacht stroom. Tenzij onze brandstof op is en de zonnepanelen te weinig hebben kunnen opslaan, natuurlijk.’ Ook de operatiezaal is vernieuwd en er blijkt nu zelfs een klein winkeltje waar patiënten en bezoekers wat kunnen komen en ze wat inkomsten uit kunnen halen. Onze apotheek is eindelijk voldoende aangevuld om een erkenning te krijgen, maar helaas wil de overheid ons nog steeds geen licentie geven. Ze is trots op de groei die FEPSI op amper 2,5 jaar heeft geboekt. Terecht vind ik!

Op een afstand volgde ik de opstart van de werking van Maison Ngulo. Toen Yves Verreyt, een Belg en oud-leraar in Butembo, vroeg of we een nuttige invulling konden geven aan zijn huis, wist ik snel waar ik moest aankloppen. Mama Kivu werkt al bijna drie jaar samen met FEPSI om de jongste slachtoffers naar school te kunnen sturen. Al geruime tijd proberen ze bij FEPSI ook enkele opleidingen aan te bieden aan vrouwen die niet terug naar het akker durven, of verstoten werden en opnieuw van nul moeten beginnen. Maar hiervoor hadden ze noch de middelen, noch een geschikte ruimte. Maison Ngulo moest daarom in een eerste fase een opleidingscentrum worden. De vereniging voor mensen die leven met HIV/AIDS startte ondertussen, met de steun van FEPSI, met het vlechten van manden. De opbrengst helpt hen wat de medische kosten te verlichten. Zij wilden graag hun kennis delen met de slachtoffers van seksueel geweld. In ruil kregen ze een ruimte ter beschikking. Zij betrokken als eerste het kersverse centrum. Vervolgens werden de naaimachines hersteld en werd dit tweede atelier voorbereid.


Een andere nood was de opvang van de slachtoffers die medisch hersteld zijn, maar nergens heen kunnen. Vaak nam maman Elise deze vrouwen in huis en droeg ze zelf de kosten. Maar met haar kleine loon, was dit niet altijd vanzelfsprekend. Daarom beslisten we om in Maison Ngulo drie tot vijf vrouwen tijdelijk te huisvesten. In afwachting van een blijvende oplossing, zullen ze het huis onderhouden, en tegelijk ook een vlotte toegang hebben tot de opleidingen. Bovendien kunnen zo van dichtbij worden opgevolgd door de mensen van FEPSI. Normaal zouden we pas in het najaar deze fase opstartten. De eerste werken en inrichting van het huis konden we financieren dankzij de steun van stichting pater Roose en stichting Marieke. En hoewel het huis nog niet op punt staat, en het budget voor de volgende fase nog niet gevonden werd, wonen er sinds twee weken toch al drie vrouwen en drie kinderen. ’We wisten echt niet wat gedaan’, legt maman Marie uit. ’Hoewel de omstandigheden nog niet ideaal zijn, leek het voor deze vrouwen toch best, om hier te verblijven.’

Maman Elise leerde Rachel zes maanden geleden kennen. Haar moeder was gestorven bij haar geboorte. Ze was amper 14 jaar toen ze moest huwen met een man, die agressief bleek en aan alcohol verslaafd was. Ze had twee kinderen met hem, maar leefde in angst. Uiteindelijk vluchtte ze en vond ze onderdak bij haar zus. In Beni startten ze samen een klein winkeltje. Maar onderweg tussen Beni en Butembo, werden ze overvallen en werd ze brutaal verkracht. Ze werd bij FEPSI binnengebracht. Ze bleek niet alleen een ernstig trauma aan dit voorval over te houden, maar ook HIV. Haar al zo broze wereld stortte nu volledig in. De eerste zes maanden zag maman Elise haar enkel in tranen. Tot drie keer toe moest Elise het idee van zelfmoord uit haar hoofd praten. Haar liefde voor haar twee kinderen was haar enige bestaansreden. Maar dan nog vroeg ze zich af of ze de kinderen ook niet beter zo’n leven bespaarde door ze mee te nemen in haar dood. Elise nam haar bij haar in huis en volgde haar zo van dichtbij op. Ze werd als een tweede moeder voor Rachel. Door haar onder te brengen in Maison Ngulo hoopt ze dat Rachel voorzichtig haar eerste stappen kan zetten. Izel is de tweede bewoonster. Ze werd ontvoerd, samen met haar familie. Voor haar ogen werden haar zussen, haar moeder en vader koelbloedig afgemaakt. Ze werd zelf als seksslaaf ingezet, maar toen ze zwanger bleek, werd ze verjaagd. Ze was zes maanden zwanger toen ze bij FEPSI werd binnen gebracht. ’Het heeft veel moeite gekost om haar het kind te doen aanvaarden, maar nu loopt toch goed.’, vertelt Elise. Izel gaat dankzij mama kivu terug naar school en woont voorlopig bij een tante. Maar ze heeft regelmatig angstaanvallen en wordt achtervolgd door flashbacks. Hoewel ze goede cijfers haalde op school, vond Elise het beter om haar voor de vakantie in het huis onder te brengen. ’Haar tante contacteerde ons verschillende keren, omdat ze zich zorgen maakte.’, legt Elise uit, ’Het dorp ligt te ver om haar goed te kunnen opvolgen. De aanvallen verontrustten me. Door haar twee maanden dicht bij ons te hebben kan ze beter begeleid worden én kan ze ondertussen manden leren vlechten.’ Het derde meisje, Deborah, heeft een gelijkaardig verhaal, en verbleef in dezelfde periode bij FEPSI. ’Ze zijn goeie vriendinnen geworden.’, zegt Elise,’Ik dacht dat het goed kon zijn voor Izel dat ze Deborah in haar buurt heeft.’

Dinsdag zijn we samen de eerste naailes gestart. Ik leer samen met de vrouwen hoe we met onze Singermachine een rechte lijn kunnen stikken. Mijn geklungel leidt al snel tot hilariteit. Het breekt de kloof wat tussen ons en voorzichtig beginnen ze met me te praten. ’Wat eten jullie in België?’ ‚’Is het in België verboden voor een blanke om met een zwarte te trouwen?’, ’Hebben jullie daar bananen?’, ... Tussen het geratel van de naaimachines stellen ze me de ene vraag na de andere. Er wordt behoorlijk wat afgelachen. Volgens maman Marie is het lang geleden dat ze de meisjes nog zag lachen. Ook voor Rachel is het goed dat ze via het naaiatelier de leden van de vereniging voor mensen met HIV/Aids leert kennen. Ze zien er niet ziek uit. ’Rachel kan zo zien dat je vandaag met HIV kan leven, zolang je toegang tot medicatie verzekerd is’, zegt Marie, 'Maar ze moet dit nu eerst zelf geloven.' Het zijn gezellige voormiddagen. De vrouwen leren me ook manden vlechten. Ik zet me even buiten in de zon en vlecht verder aan mijn mand. De meisjes van Rachel zijn vrolijk aan het spelen en dansen en zingen voor me. Ik vraag me af waar ze die liedjes geleerd hebben. Even later hoor ik Rachel zingen terwijl ze oefent op het naaien. De twee kleine meisjes beginnen het liedje mee te zingen. Het is een liefdevol tafereel en ik geniet er met volle teugen van.

Dankzij de Koning Boudewijnstichting (KBS) kunnen we twee jaar lang fiscale attesten afleveren voor schenkingen tvv van dit project. Je kan een schenking online overmaken, of via een overschrijving naar de rekening van de KBS, met een verwijzing naar ons project door de bankmededeling 128/2818/00081:

  • Online een gift overmaken
  • Voor een gift vanuit België via overschrijving op bpost bank IBAN: BE10 0000 0000 0404 BIC: BPOTBEB1, graag deze bankmededeling gebruiken: 128/2818/00081

Meer weten over Mama Kivu?

Contacteer ons